Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 185,46 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 185,46 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Start van de behandeling Voordat gestart wordt met de behandeling met propranolol moet een screening uitgevoerd worden voor risico's geassocieerd met het gebruik van propranolol. Er moet een analyse van de medische voorgeschiedenis en een volledig klinisch onderzoek uitgevoerd worden, met inbegrip van de hartslag, en een hart- en longauscultatie. Indien een hartafwijking vermoed wordt, moet vóór de start van de behandeling het advies van een specialist gevraagd worden om na te gaan of er een onderliggende contra-indicatie is. Bij een acute bronchopulmonale anomalie moet de behandeling uitgesteld worden. Hypoglykemie Propranolol voorkomt de respons van endogene catecholaminen om hypoglykemie te corrigeren. Het maskeert de adrenerge waarschuwingstekenen van hypoglykemie, in het bijzonder tachycardie, beven, angst en honger. Het kan hypoglykemie bij kinderen verergeren, in het bijzonder gedurende een periode van vasten (bv. slechte orale voedselinname, infectie, braken), wanneer de glucosebehoefte verhoogd is (koude, stress, infecties), of in geval van overdosering. Hypoglykemische episoden die samenhangen met de inname van propranolol kunnen in uitzonderlijke gevallen voorkomen in de vorm van stuipen en/of coma. Als klinische verschijnselen van hypoglykemie optreden, is het noodzakelijk om het kind een suikerhoudende vloeistof te laten drinken en tijdelijk de behandeling te stoppen. Een toepasselijke monitoring van het kind is vereist tot de symptomen verdwijnen. Voorschrijvers moeten zorgverleners / ouders informeren over het risico van ernstige hypoglykemie dat gedurende de volledige behandelingsperiode even prominent blijft, en de noodzaak benadrukken om de dosisaanbevelingen te respecteren (zie rubriek 4.2). Zorgverleners moeten advies krijgen over het herkennen van de klinische symptomen van hypoglykemie om: • onmiddellijk de hypoglykemische toestand te behandelen om levensbedreigende situaties te voorkomen • contact op te nemen met een arts of rechtstreeks naar het ziekenhuis te gaan • de behandeling te stoppen. Bij kinderen met diabetes moet de controle van de bloedglucosespiegel vaker gebeuren en opgevolgd worden door de endocrinoloog. Ademhalingsstoornissen Als een infectie van de onderste luchtwegen optreedt in combinatie met dyspneu en piepende ademhaling, moet de behandeling tijdelijk worden gestopt. De toediening van bèta2-agonisten en inhalatiecorticosteroïden is mogelijk. Het opnieuw toedienen van propranolol kan overwogen worden wanneer het kind volledig hersteld is. Bij een recidief moet de behandeling permanent worden gestopt. Bij een geïsoleerd bronchospasme moet permanent met de behandeling worden gestopt. Cardiovasculaire aandoeningen Propranolol kan door zijn farmacologische werking bradycardie of anomalieën van de bloeddruk veroorzaken of verergeren. De diagnose bradycardie moet gesteld worden als de hartslag met meer dan 30 bpm (slagen/minuut) daalt ten opzichte van de aanvangswaarde. Bradycardie wordt gedefinieerd onder de volgende limieten: Leeftijd 0-3 maanden 3-6 maanden 6-12 maanden Hartslag (slagen/min) 100 90 80 Na de eerste inname en na elke dosisstijging moet minstens elk uur gedurende minstens 2 uur een klinische monitoring, met inbegrip van bloeddruk en hartslag, uitgevoerd worden. Bij symptomatische bradycardie of bradycardie onder 80 bpm moet onmiddellijk het advies van een specialist worden gevraagd. Bij ernstige en/of symptomatische bradycardie of hypotensie die op om het even welk ogenblik tijdens de behandeling optreedt, moet de behandeling stopgezet worden en moet het advies van een specialist gevraagd worden. Hartfalen: Sympathische stimulatie kan een vitale component zijn om de bloedsomloop te ondersteunen bij patiënten met congestief hartfalen en de inhibitie ervan met bètablokkers kan leiden tot ernstiger hartfalen. Bij kinderen met hartfalen moet de behandeling gebeuren door de cardioloog. PHACE-syndroom Er zijn zeer beperkte veiligheidsgegevens beschikbaar over propranolol bij patiënten met PHACE-syndroom. Omdat propranolol de bloeddruk verlaagt en het bloed daardoor minder krachtig door verstopte, nauwe of stenotische bloedvaten laat stromen, kan het middel het risico op beroerte verhogen bij patiënten met PHACE-syndroom die ernstige cerebrovasculaire anomalieën hebben. Kinderen jonger dan 1 jaar met een groot faciaal infantiel hemangioom moeten grondig onderzocht worden op mogelijke arteriopathie, geassocieerd met het PHACE-syndroom, door magnetische resonantieangiografie van het hoofd en de nek en door cardiale beeldvorming inclusief de aortaboog alvorens een behandeling met propranolol te overwegen. Er moet gespecialiseerd advies gevraagd worden. Borstvoeding: Propranolol gaat over in de moedermelk. Moeders die behandeld worden met propranolol en hun zuigeling borstvoeding geven, moeten hun beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg hiervan op de hoogte brengen. Lever- of nierfalen Propranolol wordt gemetaboliseerd in de lever en uitgescheiden door de nieren. In afwezigheid van gegevens bij kinderen, wordt propranolol niet aanbevolen in het geval van een lever- of nierfunctiestoornis (zie rubriek 4.2). Overgevoeligheid Bij patiënten die een ernstige anafylactische reactie kunnen krijgen van om het even welke oorzaak, vooral bij jodiumbevattende contrastmiddelen, kan een behandeling met een bètablokker de anafylactische reactie verergeren en resistentie tegen behandeling van de reactie met adrenaline in normale doses veroorzaken. Bij kinderen die risico lopen op anafylaxie, moet de baten-risicoverhouding van het geneesmiddel worden beoordeeld. Algemene anesthesie Bètablokkers leiden tot een daling van reflextachycardie en tot een verhoogd risico op hypotensie. Het is noodzakelijk om de anesthesist op de hoogte te brengen van het feit dat de patiënt met bètablokkers wordt behandeld. Wanneer de patiënt een chirurgische ingreep moet ondergaan, moet de behandeling met bètablokkers minstens 48 uur vóór de ingreep worden gestopt. Hyperkaliëmie Er zijn gevallen van hyperkaliëmie gemeld bij patiënten met een groot geülcereerd hemangioom. Bij deze patiënten moet een elektrolytencontrole uitgevoerd worden. Psoriasis Er werd een verergering van psoriasis gemeld met bètablokkers bij patiënten die lijden aan psoriasis. Daarom moet goed afgewogen worden of de behandeling noodzakelijk is. Hulpstoffen met bekend effect Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, d.w.z. dat het in wezen 'natriumvrij' is. Dit geneesmiddel bevat 2,08 mg propyleenglycol/kg/dag. Voorzichtigheid is geboden bij baby's jonger dan 4 weken oud, in het bijzonder als de baby andere geneesmiddelen krijgt die propyleenglycol of alcohol bevatten. Gelijktijdige toediening met om het even welk substraat voor alcoholdehydrogenase, zoals ethanol, kan bij pasgeborenen ernstige bijwerkingen veroorzaken.
THERAPEUTISCHE INDICATIES:
HEMANGIOL is geïndiceerd voor de behandeling van prolifererend infantiel hemangioom waarvoor systemische therapie vereist is:
De behandeling moet gestart worden bij kinderen in de leeftijd van 5 weken tot 5 maanden.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING:
1 ml oplossing bevat 4,28 mg propranolol hydrochloride equivalent aan 3,75 mg propranololbase.
FARMACEUTISCHE VORM:
Drank. Heldere, kleurloze tot lichtgele drank met een fruitgeur.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Er is geen specifiek onderzoek naar geneesmiddelinteracties bij kinderen uitgevoerd. Hier beschreven zijn de interacties met propranolol die bekend zijn bij volwassenen. Combinaties zouden met de volgende 2 situaties (het een sluit het ander niet uit) rekening moeten houden: • kinderen jonger dan 1 jaar die andere geneesmiddelen krijgen, in het bijzonder deze hieronder vermeld. • kinderen jonger dan 1 jaar die borstvoeding krijgen van een moeder die andere geneesmiddelen gebruikt, in het bijzonder deze hieronder vermeld. In dit geval moet besproken worden of het nodig is om met borstvoeding te stoppen. Er is een nauwlettende klinische opvolging vereist bij een verstoorde verdraagbaarheid van propranolol. Gelijktijdig gebruik niet aanbevolen Bradycardie-inducerende calciumkanaalblokkers (diltiazem, verapamil, bepridil) Gelijktijdige toediening met propranolol kan een gewijzigd automatisch functioneren veroorzaken (extreme bradycardie, sinusstop), sinoatriale en atrioventriculaire geleidingsstoornissen, en een verhoogd risico op ventriculaire aritmie (torsade de pointes) samen met hartfalen. Deze combinatie mag enkel toegediend worden onder nauwlettende klinische en ECG-monitoring, in het bijzonder bij het begin van de behandeling. Interacties die voorzorgsmaatregelen voor gebruik vereisen Cardiovasculaire geneesmiddelen Antiaritmica • Propafenon heeft negatief-inotrope en bètablokkerende eigenschappen die toegevoegd kunnen worden aan deze van propranolol. • Het metabolisme van propranolol is gedaald bij gelijktijdige toediening van kinidine, wat leidt tot een twee- of drievoudige stijging van de bloedconcentratie en een grotere mate van klinische bètablokkering. • Amiodaron is een antiaritmicum met negatief-chronotrope eigenschappen die kunnen worden toegevoegd aan deze gezien met β-blokkers zoals propranolol. Er worden stoornissen in het automatisch functioneren en de geleiding verwacht vanwege de onderdrukking van compenserende sympathische mechanismen. • Het metabolisme van intraveneus toegediende lidocaïne wordt geremd door gelijktijdige toediening van propranolol, wat leidt tot een concentratieverhoging van 25% van lidocaïne. Er werd toxiciteit door lidocaïne (neurologische en cardiale bijwerkingen) gemeld na gelijktijdige toediening van propranolol. Digitalisglycosiden Zowel digitalisglycosiden als bètablokkers vertragen de atrioventriculaire geleiding en verlagen de hartslag. Gelijktijdig gebruik kan het risico op bradycardie verhogen. Het advies van een cardioloog moet ingewonnen worden. Dihydropyridines Voorzichtigheid is geboden bij patiënten die een bètablokker en dihydropyridine toegediend krijgen. Beide middelen kunnen hypotensie en/of hartfalen induceren bij patiënten bij wie de hartfunctie gedeeltelijk gecontroleerd wordt door additieve inotrope effecten. Gelijktijdig gebruik kan de sympathische respons van reflex verminderen die betrokken is bij extreme distale vasodilatatie. Antihypertensiva (ACE-remmers, angiotensine-II-receptorantagonisten, diuretica, alfablokkers ongeacht de indicatie, centraal werkende antihypertensiva, reserpine, enz.) Geneesmiddelen die de arteriële druk verlagen, kunnen in combinatie met bètablokkers hypotensie veroorzaken of verergeren, in het bijzonder orthostatische hypotensie. Met betrekking tot centraal werkende antihypertensiva kunnen bètablokkers rebound-hypertensie verergeren na abrupte onttrekking van clonidine. Er moet enkele dagen vóór de stopzetting van clonidine gestopt worden met propranolol. Niet-cardiovasculaire geneesmiddelen Corticosteroïden Patiënten met infantiel hemangioom kunnen een groter risico hebben als ze gelijktijdig een behandeling met corticosteroïden krijgen of deze behandeling hebben gekregen omdat bijniersuppressie kan leiden tot verlies van tegenregelende cortisolrespons en het risico op hypoglykemie kan verhogen. Dit is bij een hoge dosering of langere duur van de behandeling ook van toepassing op kinderen die borstvoeding krijgen van moeders die behandeld worden met corticosteroïden (zie rubriek 4.4 betreffende hypoglykemie). Geneesmiddelen die orthostatische hypotensie induceren Geneesmiddelen die posturale hypotensie induceren (nitraatderivaten, type 5-fosfodiësteraseremmers, tricyclische antidepressiva, antipsychotica, dopaminerge agonisten, levodopa, amifostine, baclofen, enz.), kunnen hun effecten toevoegen aan deze van de bètablokkers. Het advies van een cardioloog moet ingewonnen worden. Enzyminducerende geneesmiddelen De bloedspiegel van propranolol kan afnemen bij gelijktijdige toediening van enzyminducerende geneesmiddelen zoals rifampicine of fenobarbital. Hypoglykemische middelen Alle bètablokkers kunnen bepaalde symptomen van hypoglykemie maskeren: hartkloppingen en tachycardie. Voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van propranolol met een hypoglykemische behandeling bij diabetespatiënten omdat het de hypoglykemische respons op insuline kan verlengen. Breng in dit geval de zorgverlener op de hoogte en verhoog de controle van het bloedglucosegehalte, in het bijzonder bij het begin van de behandeling. Hypolipemiërende geneesmiddelen Gelijktijdige toediening van colestyramine of colestipol met propranolol resulteerde in een daling tot 50% van de concentraties van propranolol. Gehalogeneerde anesthetica Ze kunnen de contractiliteit van het myocard en de vasculaire compenserende respons onderdrukken als ze samen met propranolol worden toegediend. Bètastimulerende middelen kunnen gebruikt worden om de bètablokkering tegen te gaan.
4.8 Bijwerkingen Samenvatting van het veiligheidsprofiel In klinische studies voor prolifererend infantiel hemangioom waren de meest gemelde bijwerkingen bij kinderen jonger dan 1 jaar behandeld met HEMANGIOL slaapstoornissen (16,7%), verergerde luchtweginfecties zoals bronchitis en bronchiolitis in combinatie met hoesten en koorts, diarree (16,5%) en braken (11,5%). Globaal hadden de bijwerkingen gemeld bij het gebruiksprogramma in schrijnende gevallen en in de literatuur betrekking op hypoglykemie (en gerelateerd voorval zoals hypoglykemisch insult) en verergerde luchtweginfecties met ademnood. Tabel van bijwerkingen De volgende tabel geeft de bijwerkingen, ongeacht de dosis en de duur van de behandeling, die gemeld werden in drie klinische studies waaraan 435 patiënten deelnamen die behandeld werden met HEMANGIOL 1 mg/kg/dag of 3 mg/kg/dag gedurende een maximale behandelperiode van 6 maanden. De frequentie wordt gedefinieerd aan de hand van de volgende afspraak: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100 tot < 1/10); soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100); zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Omwille van de omvang van de database van de klinische studie worden de categorieën zelden en zeer zelden niet gegeven. Binnen elke systeem/orgaanklasse worden de bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst. Zeer vaak Vaak Soms Niet gekend Infecties en parasitaire aandoeningen Bronchitis Bronchiolitis Voedings- en stofwisselingsstoornissen Verminderde eetlust Psychische stoornissen Slaapstoornis�sen Agitatie Nachtmerries Prikkelbaar�heid Zenuwstelselaandoeningen Somnolentie Hypoglykemisch insult Hartaandoeningen AV-blok Bradycardie Bloedvataandoeningen Perifere koude Hypotensie Vasoconstrictie Fenomeen van Raynaud Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Broncho�spasme Maagdarmstelsel�aandoeningen Diarree Braken Obstipatie Abdominale pijn Huid- en onderhuidaandoeningen Erytheem Luierdermatitis Urticaria Alopecia Psoriasiforme dermatitis Onderzoeken Bloeddruk verlaagd Bloedglucose verlaagd Hartfrequentie verlaagd Neutropenie Agranulocytose Hyperkaliëmie Beschrijving van de geselecteerde bijwerkingen. Wat betreft de onderste luchtweginfecties, zoals bronchitis of bronchiolitis, werd er een verergering van de symptomen (met inbegrip van bronchospasme) gezien bij patiënten die behandeld werden met HEMANGIOL vanwege het bronchoconstrictieve effect van propranolol. Deze effecten leidden zelden tot definitieve stopzetting van de behandeling (zie rubriek 4.4). Slaapstoornissen komen overeen met insomnia, een slaap van slechte kwaliteit en hypersomnie. Andere aandoeningen van het centraal zenuwstelsel werden hoofdzakelijk waargenomen in de vroege perioden van de behandeling. Diarree werd frequent gemeld en was niet altijd geassocieerd met een gastro-intestinale infectieziekte. Het optreden van diarree lijkt dosisafhankelijk te zijn tussen 1 en 3 mg/kg/dag. Bij geen van de gevallen was de intensiteit ernstig of leidde tot stopzetting van de behandeling. Cardiovasculaire gebeurtenissen die tijdens klinische studies werden gemeld waren asymptomatisch. In de context van de cardiovasculaire monitoring gedurende 4 uur tijdens de titratiedagen werd na de toediening van het geneesmiddel een daling van de hartslag (ongeveer 7 bpm) en van de systolische bloeddruk (minder dan 3 mmHg) gezien. Eén geval van tweedegraads atrioventriculair blok bij een patiënt met een onderliggende geleidingsstoornis leidde tot definitieve stopzetting van de behandeling. In de literatuur werden geïsoleerde gevallen van symptomatische bradycardie en hypotensie gemeld. De dalingen van het bloedglucosegehalte die tijdens klinische studies werden waargenomen, waren asymptomatisch. Niettemin werden tijdens het gebruiksprogramma in schrijnende gevallen en in de literatuur verschillende gevallen van hypoglykemie met een gerelateerd hypoglykemisch insult gemeld, vooral tijdens een vastenperiode bij een intercurrente ziekte (zie rubriek 4.4). Gelijktijdige behandeling met systemische corticosteroïden kan het risico op hypoglykemie verhogen (zie rubriek 4.5). In de literatuur werd bij enkele patiënten met groot geülcereerd hemangioom hyperkaliëmie gemeld (zie rubriek 4.4). Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.
CONTRA-INDICATIES:
BIJWERKINGEN:
Samenvatting van het veiligheidsprofiel:
In klinische studies voor prolifererend infantiel hemangioom waren de meest gemelde bijwerkingen bij kinderen jonger dan 1 jaar behandeld met HEMANGIOL slaapstoornissen, verergerde luchtweginfecties zoals bronchitis en bronchiolitis in combinatie met hoesten en koorts, diarree en braken. Globaal hadden de bijwerkingen gemeld bij het gebruiksprogramma in schrijnende gevallen en in de literatuur betrekking op hypoglykemie (en gerelateerd voorval zoals hypoglykemisch insult) en verergerde luchtweginfecties met ademnood.
Tabel van bijwerkingen:
De volgende tabel geeft de bijwerkingen, ongeacht de dosis en de duur van de behandeling, die gemeld werden in drie klinische studies waaraan 435 patiënten deelnamen die behandeld werden met HEMANGIOL 1 mg/kg/dag of 3 mg/kg/dag gedurende een maximale behandelperiode van 6 maanden. De frequentie wordt gedefinieerd aan de hand van de volgende afspraak: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1.000, < 1/100); zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Omwille van de omvang van de database van de klinische studie worden de categorieën zelden en zeer zelden niet gegeven. Binnen elke systeem/orgaanklasse worden de bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
Beschrijving van de geselecteerde bijwerkingen.
Wat betreft de onderste luchtweginfecties, zoals bronchitis of bronchiolitis, werd er een verergering van de symptomen (met inbegrip van bronchospasme) gezien bij patiënten die behandeld werden met HEMANGIOL vanwege het bronchoconstrictieve effect van propranolol. Deze effecten leidden zelden tot definitieve stopzetting van de behandeling. Slaapstoornissen komen overeen met insomnia, een slaap van slechte kwaliteit en hypersomnie. Andere aandoeningen van het centraal zenuwstelsel werden hoofdzakelijk waargenomen in de vroege perioden van de behandeling. Diarree werd frequent gemeld en was niet altijd geassocieerd met een gastro-intestinale infectieziekte. Het optreden van diarree lijkt dosisafhankelijk te zijn tussen 1 en 3 mg/ kg/dag. Bij geen van de gevallen was de intensiteit ernstig of leidde tot stopzetting van de behandeling. Cardiovasculaire gebeurtenissen die tijdens klinische studies werden gemeld waren asymptomatisch. In de context van de cardiovasculaire monitoring gedurende 4 uur tijdens de titratiedagen werd na de toediening van het geneesmiddel een daling van de hartslag (ongeveer 7 bpm) en van de systolische bloeddruk (minder dan 3 mmHg) gezien. Eén geval van tweedegraads atrioventriculair blok bij een patiënt met een onderliggende geleidingsstoornis leidde tot definitieve stopzetting van de behandeling. In de literatuur werden geïsoleerde gevallen van symptomatische bradycardie en hypotensie gemeld. De dalingen van het bloedglucosegehalte die tijdens klinische studies werden waargenomen, waren asymptomatisch. Niettemin werden tijdens het gebruiksprogramma in schrijnende gevallen en in de literatuur verschillende gevallen van hypoglykemie met een gerelateerd hypoglykemisch insult gemeld, vooral tijdens een vastenperiode bij een intercurrente ziekte. Gelijktijdige behandeling met systemische corticosteroïden kan het risico op hypoglykemie verhogen. In de literatuur werd bij enkele patiënten met groot geülcereerd hemangioom hyperkaliëmie gemeld.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen:
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op dezewijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen temelden via Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten. Afdeling Vigilantie. EUROSTATION II. Victor Hortaplein, 40/ 40. B-1060 Brussel. Site internet: www.fagg.be e-mail:adversedrugreactions@fagg-afmps.be HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN PIERRE FABRE DERMATOLOGIE 45 Place Abel Gance. F- 92100 Boulogne.NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN EU/1/14/919/001 DATUM EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING Datum van eerste verlening van de vergunning: 23 april 2014 DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST 09/2014 Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees Geneesmiddelenbureau (http://www.ema.europa.eu). AFLEVERWIJZE Op medisch voorschrift.
Zwangerschap Niet relevant Borstvoeding Moeders die borstvoeding geven: zie rubriek 4.4 en rubriek 4.5. Vruchtbaarheid Hoewel in de literatuur enkele reversibele effecten zijn gemeld op de mannelijke en vrouwelijke vruchtbaarheid bij volwassen ratten die hoge doses propranolol kregen, toonde de studie die uitgevoerd werd op jonge dieren geen enkel effect op de vruchtbaarheid (zie rubriek 5.3).
DOSERING EN WIJZE VAN TOEDIENING:
Een behandeling met HEMANGIOL moet worden gestart door artsen met ervaring in de diagnose, behandeling en aanpak van infantiel hemangioom en in een gecontroleerde ziekenhuisomgeving waar geschikte apparatuur aanwezig is voor het behandelen van bijwerkingen, met inbegrip van bijwerkingen die een spoedprocedure vereisen.
Dosering:
De dosering wordt uitgedrukt in propranololbase. De aanbevolen startdosis is 1 mg/kg/dag die over twee afzonderlijke doses van 0,5 mg/kg wordt verdeeld. Het wordt aanbevolen om de dosis onder medisch toezicht tot de therapeutische dosis als volgt te verhogen: 1 mg/kg/dag gedurende 1 week, dan 2 mg/kg/dag gedurende 1 week en dan 3 mg/kg/dag als onderhoudsdosis. De therapeutische dosis bedraagt 3 mg/kg/dag, die ook in 2 afzonderlijke doses van elk 1,5 mg/kg moet worden toegediend, één 's morgens en één in de late namiddag, met een tijdsinterval van minstens 9 uur tussen twee innamen. Het geneesmiddel moet tijdens of onmiddellijk na een voeding worden ingenomen. Het wordt aanbevolen om de dosis over te slaan als het kind niet eet of als hij/zij braakt. Als het kind een dosis teruggeeft of niet al het geneesmiddel ingenomen heeft, mag geen andere dosis gegeven worden tot de volgende geplande dosis. Tijdens de titratiefase moet elke dosisstijging door een arts gecontroleerd en gemonitord worden volgens dezelfde voorwaarden als het toedienen van de startdosis. Na de titratiefase zal de dosis door de arts opnieuw aangepast worden volgens de gewichtsveranderingen van het kind. Klinische monitoring van de toestand van het kind en dosisaanpassing moeten minstens elke maand uitgevoerd worden.
Duur van de behandeling:
HEMANGIOL moet toegediend worden gedurende een periode van 6 maanden. Het stoppen van de behandeling vereist geen geleidelijke dosisverlaging. Bij een minderheid van de patiënten bij wie de symptomen opnieuw optreden na het stopzetten van de behandeling, mag de behandeling opnieuw gestart worden onder dezelfde omstandigheden met een bevredigende respons.
Speciale populaties:
Door de afwezigheid van klinische werkzaamheids en veiligheidsgegevens mag HEMANGIOL niet gebruikt worden bij kinderen jonger dan 5 weken oud. Er zijn geen klinische werkzaamheids en veiligheidsgegevens beschikbaar uit de klinische studies die zijn uitgevoerd met HEMANGIOL om het starten van deze behandeling bij kinderen ouder dan 5 maanden aan te bevelen.
Kinderen jonger dan 1 jaar met een lever- of nierfunctiestoornis:
Er zijn geen gegevens beschikbaar. Daarom wordt toediening vanhet middel aan kinderen jonger dan 1 jaar met een lever- of nierfunctiestoornis niet aanbevolen.
Wijze van toediening:
Voor oraal gebruik.
HEMANGIOL moet tijdens of onmiddellijk na een voeding gegeven worden om het risico op hypoglykemie te vermijden. Het moet rechtstreeks in de mond van het kind toegediend worden met behulp van een gegradueerde doseerspuit voor orale toediening, gekalibreerd in mg propranololbase, die bij de fles met drank is meegeleverd (zie instructies voor gebruik in rubriek 3 van de bijsluiter). De fles niet schudden vóór gebruik. Indien nodig, mag het geneesmiddel verdund worden met een kleine hoeveelheid babymelk en/of appel- of sinaasappelsap dat aangepast is aan de leeftijd van het kind. Het geneesmiddel mag niet in de volle fles gedaan worden. Voor kinderen tot 5 kg mag het geneesmiddel gemengd worden met één theelepel (ongeveer 5 ml) melk. Voor kinderen die meer dan 5 kg wegen, mag het gemengd worden met een eetlepel (ongeveer 15 ml) melk of vruchtensap. Dit mengsel wordt dan in de zuigfles aan het kind gegeven. Het mengsel moet binnen 2 uur gebruikt worden. HEMANGIOL en de voeding moeten door dezelfde persoon worden gegeven om het risico op hypoglykemie te vermijden. Als verschillende personen betrokken zijn, is een goede communicatie noodzakelijk voor de veiligheid van het kind.
| CNK | 3413572 |
|---|---|
| Organisaties | Pierre Fabre |
| Merken | Pierre Fabre Dermatologie |
| Breedte | 65 mm |
| Lengte | 140 mm |
| Diepte | 65 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 1 |
| Actieve ingrediënten | propranolol hydrochloride |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |