Tambocor Comp 40 X 100mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Tambocor Comp 40 X 100mg

  € 20,47

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 4,99 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 3,00 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 20,47
Op bestelling

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Waarschuwingen Kleine therapeutische index Aangezien flecaïnide een geneesmiddel met een kleine therapeutische index is, is voorzichtigheid geboden en een voortdurende monitoring vereist als men de patiënt op een ander geneesmiddel met dezelfde werkzame stof wil laten overschakelen. Behandeling met Tambocor moet altijd door een cardioloog opgestart en gecontroleerd worden. Er is aangetoond dat flecaïnide het risico op mortaliteit verhoogt bij postmyocardinfarctpatiënten met asymptomatische supraventriculaire aritmie. Flecaïnide werd geëvalueerd in een gerandomiseerde, multicentrische, dubbelblinde studie (CAST-studie) bij patiënten met niet-levensbedreigende asymptomatische ventriculaire ritmestoornissen na een myocardinfarct dat minstens 6 dagen oud was en recenter was dan 2 jaar. Bij de groep die flecaïnide kreeg, waren de mortaliteit en het aantal gevallen van hartstilstanden hoger dan bij de groep die een placebo kreeg. Zoals voor de andere klasse I anti-aritmica, bestaan er geen placebogecontroleerde studies die het positief effect van flecaïnide in termen van overleving of plotse dood aantonen. Bijzondere voorzorgen Pro-aritmische effecten Zoals andere anti-aritmica kan flecaïnide-acetaat meer ernstige vormen van ritmestoornissen veroorzaken, de frequentie van eerder gediagnosticeerde ritmestoornissen verhogen of de symptomen verergeren (zie rubriek 4.8). Een spontane variatie van de ritmestoornis van de patiënt is echter soms moeilijk te onderscheiden van een verergering te wijten aan de inname van het geneesmiddel. Bij een toename van de frequentie van de ventriculaire of polymorfe extrasystolen moet de behandeling worden stopgezet. Het defibrilleren was bij sommige patiënten moeilijk. In de meeste gevallen was bij de patiënten een reeds bestaande hartaandoening met hartvergroting, een voorgeschiedenis van myocardinfarct, arteriosclerotische hartaandoening of hartfalen aanwezig. Antecedenten van hartinsufficiëntie Tambocor heeft een negatief inotroop effect en mag daarom bij patiënten met antecedenten of symptomen die de ontwikkeling van hartinsufficiëntie doen vermoeden, slechts worden voorgeschreven onder strikte monitoring van de hartfunctie. Veranderingen in het ECG Tambocor moet met omzichtigheid worden toegediend aan patiënten met reeds bestaande geleidingsstoornissen. In geval van een atrioventriculair blok, een permanent totaal bundeltakblok, of een sino�auriculair blok moet de behandeling worden stopgezet. Flecaïnide verbreedt het QRS-complex met 12-20 % en verlengt bijgevolg het QT-interval. Het effect op het JT-interval is te verwaarlozen. Bij een verbreding van het QRS-complex met meer dan 25% in vergelijking met de basiswaarden, moet de dosis worden verlaagd. In geval van een aanpassing van de dosering van Tambocor of van aansluitende behandelingen die de hartgeleiding zouden kunnen beïnvloeden, moeten de patiënten, meer bepaald diegenen met geleidingsstoornissen, onder strikte ECG-monitoring worden geplaatst. Een bestaand Brugada-syndroom kan gedemaskeerd worden als gevolg van de behandeling met flecaïnide. Indien er veranderingen op het ECG ontstaan die op het Brugada-syndroom kunnen wijzen, moet overwogen worden de therapie te staken. Verstoringen van de elektrolytenbalans Hypokaliëmie, hyperkaliëmie of hypomagnesiëmie, kunnen de pro-aritmische effecten van de klasse I anti-aritmica in de hand werken en moeten worden gecorrigeerd vóór de toediening van flecaïnide. Bij patiënten die worden behandeld met diuretica, corticosteroïden of een chronische laxatieve therapie, kan hypokaliëmie optreden. Gebruik bij atriale flutter Aangezien flecaïnide aanleiding kan geven tot een 1/1 flutter is het aangewezen het geneesmiddel te combineren met een AV-vertrager. Bradycardie et hypotensie Ernstige bradycardie en uitgesproken hypotensie moeten vóór de toediening van flecaïnide gecorrigeerd worden. Nierinsufficiëntie, oudere patiënten, leverinsufficiëntie In geval van nierinsufficiëntie en/of bij oudere patiënten kan de eliminatie van flecaïnide vertraagd zijn. Daarmee moet rekening worden gehouden bij het aanpassen van de dosering omdat het zorgt voor een risico op accumulatie van het geneesmiddel in het plasma en de weefsels, wat bijwerkingen kan veroorzaken. Omwille van dit risico, is in geval van nierinsufficiëntie, een bijstelling van de dosis gerechtvaardigd (zie rubriek 4.2 Dosering en wijze van toediening). Voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van flecaïnide bij patiënten met een verminderde nierfunctie (creatinineklaring ≤ 35 ml/min./1,73 m²) en het wordt aanbevolen om het therapeutische effect van het geneesmiddel te volgen, want een stijging van de plasmaconcentraties kan ook te wijten zijn aan een nierinsufficiëntie met als gevolg daarvan een daling van de flecaïnideklaring. Aangezien de eliminatie van flecaïnide uit het plasma bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie aanzienlijk vertraagd kan zijn, mag flecaïnide niet gebruikt worden bij deze patiënten tenzij de potentiële voordelen duidelijk opwegen tegen de risico's. Controle van de plasmaconcentratie wordt aanbevolen. Flecaïnide is niet aanbevolen bij kinderen jonger dan 12 jaar wegens het gebrek aan gegevens over het gebruik ervan in die leeftijdsgroep. Elektrolytenstoornissen (zoals hypokaliëmie en hyperkaliëmie) moeten worden gecorrigeerd voor flecaïnide wordt gebruikt (zie rubriek 4.5 over bepaalde geneesmiddelen die elektrolytenstoornissen veroorzaken). Ernstige bradycardie of ernstige hypotensie moeten worden gecorrigeerd voor flecaïnide wordt gebruikt. Bij bepaalde patiënten is defibrillatie moeilijk gebleken. In de meeste gevallen hadden die patiënten een bestaande hartziekte met hypertrofie van het hart, een antecedent van myocardinfarct, atherosclerotische hartziekte of hartfalen. Pacemakers en andere endocardiale stimulatoren Flecaïnide verhoogt de drempel voor endocardiale stimulatie d.w.z. de endocardiale pacinggevoeligheid vermindert. Dit effect is reversibel en is meer uitgesproken op de acute dan op de chronische ritmestimulatiedrempel. Tambocor moet dus met omzichtigheid worden toegediend aan alle patiënten met een permanente pacemaker of tijdelijke pacingelectroden en mag niet worden toegediend aan patiënten met een voorgeschiedenis van ritmestimulatiestoornissen. Over het algemeen is een verdubbeling van hetzij de pulsbreedte, hetzij de stroom voldoende om de regeling onder controle te krijgen. Toch kan het moeilijk zijn om de ventriculaire drempels onder 1 Volt te houden bij de inplanting van een pacemaker in aanwezigheid van flecaïnide. Interactie met zuivelproducten Zuivelproducten (melk, zuigelingenvoeding en mogelijk yoghurt) kunnen de opname van flecaïnide bij kinderen en zuigelingen verminderen. Tambocor is niet goedgekeurd voor gebruik bij kinderen jonger dan 12 jaar. Tijdens de behandeling met flecaïnide is echter al flecaïnidetoxiciteit gemeld bij kinderen die hun inname van melk verminderden en bij zuigelingen die van op melk gebaseerde flesvoeding overschakelden naar dextrosevoeding. Aanwezigheid van natrium in Tambocor tabletten en oplossing voor injectie Tabletten: Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is. Oplossing voor injectie: Dit middel bevat 37,6 mg natrium per ampul, overeenkomend met 1,9% van de door de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g voor een volwassene. Raadpleeg rubriek 4.5 voor de andere waarschuwingen en voorzorgen.

  • Supraventriculaire tachycardieën die een behandeling vereisen, zonder afname van de linker ventriculaire functie
  • Idiopathische paroxysmale of persistente voorkamerfibrillatie
  • Symptomatische en invaliderende ventriculaire ritmestoornissen zonder aangetoonde afname van de linker ventriculaire functie en/of aangetoond coronair lijden
  • Recidiverende aanvallen van symptomatische en invaliderende ventriculaire ritmestoornissen zonder aangetoonde afname van de linker ventriculaire functie en/of aangetoond coronair lijden bij volwassenen
  • De werkzame stof in Tambocor is flecaïnideacetaat.

Elke tablet bevat 100 mg flecaïnideacetaat.

  • De andere stoffen in Tambocor zijn: maïszetmeel, natriumcroscarmellose, microcristallijn cellulose, gehydrogeneerde vegetale oliën, magnesiumstearaat.

Tambocor mag niet worden toegediend samen met andere geneesmiddelen voor hartritmestoornissen (klasse I) omdat dan meer bijwerkingen ter hoogte van het hart en de bloedsomloop kunnen voorkomen.

Bij een gelijktijdige inname van bètablokkers kan het zijn dat uw hart trager slaat.

Combinaties met bijzondere voorzorgen voor gebruik

Indien u andere geneesmiddelen met paroxetine, fluoxetine of sertraline terbinafine, propanolol of kinine als werkzame stof of bepaalde antihistaminica inneemt, moet u dit melden aan uw arts omdat de hoeveelheid flecaïnide in uw bloed kan stijgen.

Als u bupropion inneemt om te stoppen met roken, dient u de laagste dosis te nemen en uw arts kan de dosis van Tambocor ook verminderen. Als u geneesmiddelen inneemt met fenytoïne, fenobarbital of carbamazepine als werkzame stof moet u dit eveneens melden omdat het mogelijk is dat u dan te weinig flecaïnide in uw bloed heeft.

Wanneer Tambocor samen wordt ingenomen met specifieke serotoninereceptorremmers of ritonavir stijgen de flecaïnidebloedspiegels.

Indien u lijdt aan matige tot ernstige nierinsufficiëntie en gelijktijdig wordt behandeld met cimetidine, is een verlaging van de dosis Tambocor aangewezen. Uw arts zal de juiste dosis bepalen aan de hand van de resultaten van een bloedanalyse. Cimetidine vertraagt ook het metabolisme van flecaïnide.

Indien u gelijktijdig geneesmiddelen van het type cholinesteraseremmers (werkzame bestanddelen: donepezil, rivastigmine, tacrine, pyridostigmine, neostigmine en galantamine) neemt, bestaat de kans dat uw hartritme sterk wordt vertraagd. Uw arts zal u dan van nabij opvolgen.

Bij combinatie met geneesmiddelen die de werking van de hartspier onderdrukken of die het hartritme kunnen vertragen (bètablokkers, amiodaron, digitalisderivaten, verapamil, diltiazem, mefloquine, guanfacine en clonidine) zal uw arts u van nabij opvolgen en zelfs een ECG opnemen. Dit is vooral nodig bij het begin van de behandeling of als u een oudere patiënt bent.

Tambocor kan het digoxinegehalte in het bloed doen toenemen. In dit geval zal uw arts het digoxinegehalte in het bloed meten en de dosering van Tambocor eventueel aanpassen.

Andere klassen anti-aritmica

In combinatie met andere klassen anti-aritmica, zal uw arts u ook van nabij opvolgen en eventueel een ECG opnemen. Wanneer amiodaron wordt toegevoegd aan een behandeling met Tambocor, kan de hoeveelheid flecaïnide in het bloed tweemaal of meer toenemen.

Zoals elk medicijn kan ook dit medicijn bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.

Effecten op de samenstelling van het bloed

Af en toe werd melding gemaakt van een matige daling van de rode en witte bloedcellen en van de bloedplaatjes.

Effecten op het afweersysteem van het lichaam

In een beperkt aantal gevallen werd een toename van bepaalde afweerstoffen (antilichamen) gemeld, wat al dan niet gepaard ging met een algemene ontsteking.

Psychiatrische effecten

Hallucinaties, depressie, verwardheid, angst, geheugenverlies en slapeloosheid werden zelden gemeld.

Effecten ter hoogte van het zenuwstelsel

Duizeligheid, zweten, wankel gevoel, syncope, trillen (tremor), rood worden van de huid, verminderde gevoeligheid, slaperigheid, hoofdpijn.

Sommige effecten zoals bewegingsstoornissen en contracties (epilepsieaanvallen) werden zelden gemeld. Er zijn enkele gevallen van stoornissen van de (perifere) zenuwen, onjuiste gevoelsgewaarwordingen (paresthesie) en verstoorde spiercoördinatie gemeld. Het zijn symptomen van voorbijgaande aard en ze verdwijnen na verlaging van de toegediende dosis.

Effecten ter hoogte van de ogen

Stoornissen van het zicht komen veel voor maar een neerslag van het geneesmiddel op het hoornvlies is zeer zeldzaam.

Effecten aan het oor en binnenoor

Oorsuizen en duizeligheid komen zelden voor.

Effecten ter hoogte van het hart en de bloedvaten

Tambocor vermindert de samentrekking van de hartspier. Dit kan voornamelijk bij patiënten met een verminderde werking van de hartspier voorkomen en aanleiding geven tot opstoten van een ernstige afname van de werking van de hartspier en shock.

Zoals alle geneesmiddelen die gebruikt worden voor hartritmestoornissen, anti-aritmica, kan Tambocor nieuwe ritmestoornissen veroorzaken of bestaande ritmestoornissen verergeren.

Tambocor kan een hartstilstand veroorzaken en de hartslag vertragen bij patiënten bij wie de natuurlijke stimulatie van het hart niet optimaal functioneert.

Tambocor kan, voornamelijk bij ouderen en bij patiënten met reeds bestaande hartgeleidingsstoornissen, deze stoornissen verergeren of de hartgeleiding vertragen.

Tambocor kan de efficiëntie van een pacemaker verminderen.

Andere bijwerkingen zijn: pijn in de borst, myocardinfarct, onregelmatige hartslag (ventriculaire fibrillatie), een sluimerend Brugada-syndroom en lage bloeddruk.

Effecten op de ademhaling

Ademhalingsmoeilijkheden komen vaak voor, maar longontsteking is zeldzaam.

Effecten ter hoogte van maag en ingewanden

Spijsverteringsstoornissen, zoals verminderde eetlust, verstoorde spijsvertering, buikpijn, diarree, constipatie en winderigheid kunnen voorkomen. In zeldzame gevallen traden misselijkheid en braken op. Het zijn symptomen van voorbijgaande aard en ze verdwijnen zelfs bij langdurig gebruik of na verlaging van de toegediende dosis.

Effecten ter hoogte van de lever

Er werden enkele gevallen van geelzucht gemeld. Stijging van leverenzymwaarden in het bloed werd gemeld. Leverdysfunctie.

Effecten ter hoogte van de huid

Er werden gevallen gemeld van allergische huidreacties, inclusief enkele zeldzame gevallen van ernstige netelroos. Er werden enkele geïsoleerde gevallen van toegenomen gevoeligheid voor zonlicht gemeld.

Skeletspierweefsel- en bindweefselaandoeningen

Frequentie niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): gewrichts- en spierpijn.

Algemene aandoeningen

Algemene zwakte, vermoeidheid, koorts en vochtophoping.

Het melden van bijwerkingen

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook melden via

Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten

Afdeling Vigilantie

Postbus 97

1000 Brussel

Madou

Website: www.eenbijwerkingmelden.be

e-mail: adr@fagg.be

http://www.eenbijwerkingmelden.be mailto:adr@fagg.be

In de volgende gevallen is het gebruik van flecaïnide-acetaat tegenaangewezen:
- overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen;
- myocardinfarct (acuut of oud) behalve in het geval van levensbedreigende ventriculaire tachycardie;
- patiënten met ernstige linker ventriculaire hypertrofie (> 1,4 cm), coronair lijden, hartinsufficiëntie of andere ernstige hartaandoeningen;
- totaal linker bundeltakblok, bifasciculair blok, atrioventriculair blok (2de en 3de graad), distaal blok, sinusknoopdisfunctie, tenzij geschikte elektrische stimulatie beschikbaar is;
- in combinatie met sultopride (cf. punt Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interacties).
Het gebruik van flecaïnide-acetaat wordt meestal afgeraden:
- samen met klasse I anti-aritmica en bètablokkers aangewezen bij de behandeling van hartinsufficiëntie (carvedilol, bisoprolol, metoprolol) (cf. Punt Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie);
- in geval van zwangerschap en lactatie (cf. Punt Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding)

Zwangerschap Er is onvoldoende bewijs over de veiligheid van flecaïnide bij zwangere vrouwen. Studies bij dieren hebben reproductieve toxiciteit aangetoond (zie rubriek 5.3), maar de relevantie van deze bevindingen bij de mens is niet vastgesteld. Gegevens hebben aangetoond dat flecaïnide via de placenta in de foetus terechtkomt bij patiënten die tijdens de zwangerschap flecaïnide gebruiken. Het gebruik van Tambocor wordt bijgevolg niet aanbevolen tijdens de zwangerschap. Tambocor mag tijdens de zwangerschap alleen gebruikt worden als de voordelen opwegen tegen de risico's. Borstvoeding Flecaïnide wordt uitgescheiden in de moedermelk. Bij zuigelingen zijn de plasmaconcentraties 5-10 maal lager dan de therapeutische plasmaspiegels van het geneesmiddel (zie rubriek 5.2). Hoewel het risico van bijwerkingen voor de zuigeling heel laag is, mag Tambocor alleen gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode als de voordelen opwegen tegen de risico's. Vruchtbaarheid Er is geen informatie beschikbaar over de effecten van flecaïnide op de vruchtbaarheid. Er werden geen bijwerkingen waargenomen bij dieren (zie rubriek 5.3).

  • Gebruikelijke initiële dosis: 100 mg/dag
  • Eventuele dosisverhogingen kunnen pas na 4 tot 5 dagen worden overwogen
  • Gemiddelde dosis: 200 mg/dag.
  • Max. 300 mg/dag
  • Gebruikelijke dosis: 200 mg/dag
  • Eventuele dosisverhogingen kunnen pas na 4 tot 5 dagen worden overwogen
  • Max. 300 mg/dag

Toedieningswijze

  • Tambocor wordt toegediend in twee dagdosissen
CNK 0829788
Organisaties Viatris
Merken Viatris
Breedte 70 mm
Lengte 90 mm
Diepte 20 mm
Hoeveelheid verpakking 40
Actieve ingrediënten flecaïnide acetaat
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)