Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 3,93 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 2,36 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Oudere patiënten met dementie Verhoogde sterfte bij oudere mensen met dementie In een meta-analyse van 17 gecontroleerde studies met atypische antipsychotica waaronder risperidon was de sterfte hoger bij oudere patiënten met dementie die werden behandeld met atypische antipsychotica, dan in de placebogroep. In placebogecontroleerde studies met risperidon per os in die populatie bedroeg de sterfte 4,0% bij de met risperidon behandelde patiënten en 3,1% bij de met een placebo behandelde patiënten. De odds ratio (95% exact betrouwbaarheidsinterval ) was 1,21 (0,7 - 2,1). De gemiddelde leeftijd (spreiding) van de patiënten die waren gestorven, was 86 jaar (spreiding 67-100). Gegevens van twee grote observationele studies hebben aangetoond dat oudere mensen met dementie die worden behandeld met conventionele antipsychotica, ook een licht hogere sterfte vertonen dan ouderen die niet worden behandeld. Er zijn onvoldoende gegevens om een stevige raming van het juiste risico te geven en de oorzaak van het verhoogde risico is niet bekend. De mate waarin de bevindingen van hogere sterfte in observationele studies kunnen worden toegeschreven aan het antipsychoticum dan wel aan bepaalde kenmerken van de patiënten is niet duidelijk. Concomitant gebruik met furosemide In de placebogecontroleerde studies met risperidon bij oudere patiënten met dementie werd een hogere mortaliteit waargenomen bij de patiënten die werden behandeld met furosemide plus risperidon (7,3%; gemiddelde leeftijd 89 jaar, spreiding 75-97), dan bij de patiënten die werden behandeld met risperidon alleen (3,1%; gemiddelde leeftijd 84 jaar, spreiding 70-96) of furosemide alleen (4,1%; gemiddelde leeftijd 80 jaar, bereik 67-90). De verhoogde mortaliteit bij de patiënten die werden behandeld met furosemide plus risperidon, werd waargenomen in twee van de vier klinische studies. Bij concomitant gebruik van risperidon met andere diuretica (vooral thiazidediuretica in lage dosering) werden dergelijke bevindingen niet vastgesteld. Er werd geen pathofysiologisch mechanisme geïdentificeerd om die bevinding te verklaren en er werd geen consistente doodsoorzaak waargenomen. Toch is voorzichtigheid geboden en moeten de risico's en de voordelen van die combinatie of van een gelijktijdige behandeling met andere krachtige diuretica worden overwogen voor wordt beslist die geneesmiddelen te gebruiken. Er was geen hogere mortaliteit bij de patiënten die andere diuretica innamen als concomitante behandeling met risperidon. Ongeacht de behandeling was uitdroging een algemene risicofactor van mortaliteit. Uitdroging moet dan ook zorgvuldig worden vermeden bij oudere patiënten met dementie. Cerebrovasculaire bijwerkingen (CVBs) In gerandomiseerde, placebogecontroleerde klinische studies werd met sommige atypische antipsychotica een ongeveer 3-maal hoger risico op cerebrovasculaire bijwerkingen waargenomen bij demente patiënten. Bij analyse van de samengevoegde gegevens van zes placebogecontroleerde studies met risperidon bij overwegend oudere patiënten (> 65 jaar) met dementie bedroeg de frequentie van cerebrovasculaire bijwerkingen (ernstige en niet-ernstige samen) 3,3% (33/1.009) bij de patiënten die werden behandeld met risperidon, en 1,2% (8/712) bij de patiënten die werden behandeld met de placebo. De odds ratio (95% betrouwbaarheidsinterval) was 2,96 (1,34; 7,50). Het mechanisme dat aan de basis ligt van dat verhoogde risico, is niet bekend. Een verhoogd risico kan niet worden uitgesloten met andere antipsychotica of bij andere patiëntenpopulaties. Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van risperidon bij patiënten met risicofactoren van CVA. Het risico op CVB was significant hoger bij patiënten met een gemengde of vasculaire dementie dan bij patiënten met de ziekte van Alzheimer. Daarom mogen patiënten met andere vormen van dementie dan Alzheimer niet worden behandeld met risperidon. Artsen wordt aanbevolen de risico's en de voordelen van het gebruik van risperidon bij oudere patiënten met dementie te evalueren, rekening houdende met de risicofactoren van CVA bij de individuele patiënt. De patiënten/hulpverleners moeten weten dat ze tekenen en symptomen van mogelijke CVB, zoals plotselinge zwakte of een verdoofd gevoel in het gezicht, de armen of de benen en spraak- of gezichtsproblemen, onmiddellijk moeten melden. Men moet meteen alle behandelingsopties in overweging nemen, ook stopzetting van risperidon. Risperidon mag alleen op korte termijn worden gebruikt bij persisterende agressie bij patiënten met een matige tot ernstige vorm van de ziekte van Alzheimer in aanvulling op niet-farmacologische maatregelen als die weinig of geen effect blijken te hebben en als er een risico bestaat dat ze zichzelf of anderen schade zouden toebrengen. De patiënten moeten regelmatig opnieuw worden geëvalueerd en de noodzaak tot voortzetting van de behandeling moet regelmatig opnieuw worden geëvalueerd. Orthostatische hypotensie Door de alfablokkerende werking van risperidon kan (orthostatische) hypotensie optreden, vooral bij het begin van de behandeling, bij verhoging van de dosering. Klinisch significante hypotensie werd beschreven in het postmarketingonderzoek bij concomitant gebruik van risperidon en antihypertensiva. Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van risperidon bij patiënten met een bekende cardiovasculaire aandoening (bv. hartfalen, myocardinfarct, geleidingsstoornissen, uitdroging, hypovolemie of cerebrovasculair lijden) en de dosering moet geleidelijk worden verhoogd zoals aanbevolen (zie rubriek 4.2). Als er hypotensie optreedt, moet worden overwogen om de dosering te verlagen. Leukopenie, neutropenie en agranulocytose Leukopenie, neutropenie en agranulocytose zijn gerapporteerd met antipsychotica waaronder risperidon. Agranulocytose is zeer zelden (< 1/10.000 patiënten) gerapporteerd tijdens de postmarketingbewaking. Patiënten met een voorgeschiedenis van een klinisch significant laag aantal witte bloedcellen (WBC) of een medicamenteuze leukopenie/neutropenie moeten tijdens de eerste maanden van de behandeling worden gecontroleerd en stopzetting van risperidon moet worden overwogen bij het eerste teken van een klinisch significante daling van de WBC als er geen andere oorzakelijke factoren zijn. Patiënten met een klinisch significante neutropenie moeten zorgvuldig worden gevolgd op koorts of andere symptomen of tekenen van infectie en moeten meteen worden behandeld als er dergelijke symptomen of tekenen optreden. Patiënten met een ernstige neutropenie (absoluut aantal neutrofielen < 1x109 /l) moeten risperidon stopzetten en hun WBC moeten worden gecontroleerd tot herstel. Tardieve dyskinesie/extrapiramidale symptomen (TD/EPS) Geneesmiddelen met dopaminereceptorantagonistische eigenschappen kunnen tardieve dyskinesie veroorzaken met ritmische onwillekeurige bewegingen, vooral van de tong en/of het gezicht. Het begin van extrapiramidale symptomen is een risicofactor van tardieve dyskinesie. Als er tekenen en symptomen van tardieve dyskinesie optreden, moet worden overwogen om alle antipsychotica stop te zetten. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten die gelijktijdig zowel psychostimulantia (bv. Methylfenidaat) als risperidon gebruiken, aangezien extrapiramidale symptomen zouden kunnen ontstaan bij het aanpassen van een of beide geneesmiddelen. Geleidelijk afbouwen van de behandeling met de stimulans wordt aanbevolen (zie rubriek 4.5). Maligne neurolepticasyndroom (MNS) Het maligne neurolepticasyndroom, dat wordt gekenmerkt door hyperthermie, spierrigiditeit, autonome instabiliteit, verminderd bewustzijn en een verhoogd serumcreatinekinasegehalte, werd gerapporteerd met antipsychotica. Mogelijke andere tekenen zijn myoglobinurie (rhabdomyolyse) en acute nierinsufficiëntie. In dat geval moeten alle antipsychotica, ook risperidon, worden stopgezet. Ziekte van Parkinson en dementie met Lewylichaampjes Vooraleer artsen antipsychotica, waaronder risperidon, voorschrijven aan patiënten met de ziekte van Parkinson of dementie met Lewylichaampjes, moeten ze de voordelen daarvan afwegen tegen de risico's. De ziekte van Parkinson kan verergeren met risperidon. Beide groepen kunnen een hoger risico lopen op het maligne neurolepticasyndroom en kunnen gevoeliger zijn voor antipsychotica; die patiënten werden in de klinische studies uitgesloten. Tekenen van verhoogde gevoeligheid zijn verwardheid, bewustzijnsbeneveling, posturale instabiliteit met vaak vallen en extrapiramidale symptomen. Hyperglykemie en diabetes mellitus Hyperglykemie, diabetes mellitus en exacerbatie van een vooraf bestaande diabetes zijn gerapporteerd bij behandeling met risperidon. In sommige gevallen werd eerst een stijging van het lichaamsgewicht gerapporteerd, wat een predisponerende factor zou kunnen zijn. Zeer zelden werd een verband met ketoacidose gerapporteerd en zelden met diabetisch coma. Een geschikte klinische monitoring is raadzaam overeenkomstig de richtlijnen voor het gebruikte antipsychoticum. Patiënten die worden behandeld met atypische antipsychotica zoals risperidon, moeten worden gecontroleerd op symptomen van hyperglykemie (zoals polydipsie, polyurie, polyfagie en zwakte), en patiënten met diabetes mellitus moeten regelmatig worden gecontroleerd op een verergering van de glucosecontrole. Gewichtstoename Een significante gewichtstoename is gerapporteerd bij gebruik van risperidon. Het gewicht moet regelmatig worden gecontroleerd. Hyperprolactinemie Hyperprolactinemie is een vaak voorkomende bijwerking van de behandeling met risperidon. Het wordt aanbevolen de prolactinespiegels in het plasma te controleren bij patiënten met tekenen van bijwerkingen die mogelijk verband houden met prolactine (bijv. gynecomastie, menstruatiestoornissen, anovulatie, fertiliteitsstoornis, verminderd libido, erectiele disfunctie en galactorrhoea). Studies in weefselculturen suggereren dat de celgroei in borsttumoren bij de mens mogelijk gestimuleerd wordt door prolactine. Hoewel er tot op heden geen duidelijk verband met de toediening van antipsychotica werd aangetoond in klinische en epidemiologische studies, wordt voorzichtigheid aangeraden bij patiënten met een relevante medische achtergrond. Risperidon Sandoz dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met bestaande hyperprolactinemie en bij patiënten met mogelijk prolactine-afhankelijke tumoren. Verlengd QT-interval Een verlengd QT-interval werd zeer zelden gerapporteerd in het postmarketingonderzoek. Net zoals met andere antipsychotica is voorzichtigheid geboden als risperidon wordt voorgeschreven aan patiënten met een bekende cardiovasculaire aandoening, familiale antecedenten van verlengd QT�interval, bradycardie of elektrolytenstoornissen (hypokaliëmie, hypomagnesiëmie), omdat dat het risico op aritmogene effecten kan verhogen, en bij concomitant gebruik met geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen. Epilepsieaanvallen Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van risperidon bij patiënten met een voorgeschiedenis van epilepsie of andere aandoeningen die de epilepsiedrempel kunnen verlagen. Priapisme Priapisme kan optreden bij behandeling met risperidon als gevolg van zijn alfablokkerende effecten. Regeling van de lichaamstemperatuur Antipsychotica kunnen het vermogen van het lichaam om de centrale lichaamstemperatuur te verlagen, verstoren. Een gepaste zorg wordt aanbevolen als risperidon wordt voorgeschreven aan patiënten bij wie de centrale lichaamstemperatuur kan stijgen, bv. door zware inspanning, blootstelling aan extreme warmte, concomitante behandeling met geneesmiddelen met een anticholinerge activiteit of uitdroging. Anti-emetisch effect Een anti-emetisch effect werd waargenomen in preklinische studies met risperidon. Dat effect, als het optreedt bij de mens, kan de tekenen en symptomen van overdosering van bepaalde geneesmiddelen of van aandoeningen zoals darmobstructie, reyesyndroom en hersentumor maskeren. Nier- en leverinsufficiëntie Patiënten met nierinsufficiëntie kunnen de actieve antipsychotische fractie minder goed elimineren dan volwassenen met een normale nierfunctie. Patiënten met een verminderde leverfunctie vertonen een hogere plasmaconcentratie van de vrije fractie van risperidon (zie rubriek 4.2). Veneuze trombo-embolie (VTE) Er zijn gevallen van veneuze trombo-embolie gerapporteerd met antipsychotica. Aangezien patiënten die met antipsychotica worden behandeld, vaak verworven risicofactoren voor VTE vertonen, moeten alle mogelijke risicofactoren voor VTE worden opgespoord voor en tijdens behandeling met risperidon en moeten preventieve maatregelen worden genomen. Intraoperatief floppy iris syndrome Een syndroom van intraoperatieve slappe iris (IFIS) is waargenomen tijdens cataractchirurgie bij patiënten die werden behandeld met geneesmiddelen met een antagonistisch effect op alfa-1a�adrenerge receptoren, waaronder risperidon (zie rubriek 4.8). Een IFIS kan het risico op oogcomplicaties tijdens en na de operatie verhogen. Gelijktijdig of vroeger gebruik van geneesmiddelen met een antagonistisch effect op alfa-1a-adrenerge receptoren moet voor de operatie aan de oogarts worden gemeld. Het potentiële nut van stopzetting van dergelijke geneesmiddelen voor cataractchirurgie is niet vastgesteld en moet worden afgewogen tegen het risico van stopzetting van de antipsychotische behandeling. Pediatrische patiënten Voordat risperidon wordt voorgeschreven aan een kind of een adolescent met een gedragsstoornis, moet de patiënt volledig worden geëvalueerd op lichamelijke en sociale oorzaken van agressief gedrag, zoals pijn of ongepaste omgevingseisen. In die populatie moet het sedatieve effect van risperidon van dichtbij worden gemonitord door de mogelijke weerslag op het leervermogen. Een verandering van het uur van toediening van risperidon kan de weerslag van de sedatie op het aandachtsvermogen bij kinderen en adolescenten verbeteren. Een stijging van het gemiddelde lichaamsgewicht en de body mass index (BMI) is beschreven met risperidon. Baseline meting van het gewicht voorafgaand aan de behandeling en regelmatige controle van het gewicht worden aanbevolen. De veranderingen van de lichaamslengte in de open uitbreidingsstudies op lange termijn lagen binnen de voor de leeftijd verwachte normen. Het effect van langdurige toediening van risperidon op de seksuele rijping en de lichaamslengte werd niet goed onderzocht. Door het potentiële effect van een verlengde hyperprolactinemie op de groei en de seksuele rijping bij kinderen en adolescenten, moet regelmatige, klinische evaluatie van de endocrinologische status worden overwogen, met inbegrip van controle van de lengte, het gewicht, de seksuele rijping, de menstruatie en andere mogelijke aan prolactine gerelateerde effecten. Resultaten uit een kleine observationele post-marketingstudie lieten zien dat personen met een leeftijd tussen 8 en 16 jaar, die waren blootgesteld aan risperidon, gemiddeld ongeveer 3,0 tot 4,8 cm groter waren dan degenen die andere atypische antipsychotica hadden gekregen. Deze studie was niet geschikt om vast te stellen of blootstelling aan risperidon enig gevolg had voor de uiteindelijke lengte op volwassen leeftijd, en of het resultaat een gevolg was van een direct effect van risperidon op de botgroei, of het effect van de onderliggende ziekte zelf op de botgroei, of het gevolg van betere beheersing van de onderliggende ziekte, met als resultaat een toename van de lengtegroei. Tijdens behandeling met risperidon moet de patiënt regelmatig worden onderzocht op extrapiramidale symptomen en andere bewegingsstoornissen. Voor specifieke aanbevelingen voor de dosering bij kinderen en adolescenten, zie rubriek 4.2. Hulpstoffen Risperidon Sandoz bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Risperidon Sandoz 3 mg & 4 mg filmomhulde tabletten: Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per filmomhulde tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
Schizofrenie
Agressiviteit
Bipolaire stoornis
Ernstige gedragsstoornis (DSM IV)
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stof in dit middel is risperidon.
Elke filmomhulde tablet Risperidon Sandoz 1 mg bevat 1 mg risperidon.
Elke filmomhulde tablet Risperidon Sandoz 2 mg bevat 2 mg risperidon.
Elke filmomhulde tablet Risperidon Sandoz 3 mg bevat 3 mg risperidon.
Elke filmomhulde tablet Risperidon Sandoz 4 mg bevat 4 mg risperidon.
De andere stoffen in dit middel zijn
kern: microkristallijne cellulose, watervrij colloïdaal siliciumdioxide, lactosemonohydraat,
gepregelatiniseerd maïszetmeel, magnesiumstearaat; filmomhulling: hypromellose, macrogol,
titaniumdioxide (E171), lactosemonohydraat, geel ijzeroxide E172 (tabletten van 2 mg), rood ijzeroxide
E172 (tabletten van 2 mg), gele lak E104 (tabletten van 3 mg en 4 mg), blauwe lak E132 (tabletten van 4
mg).
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Farmacodynamiek-gerelateerde interacties Geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen Zoals met andere antipsychotica wordt geadviseerd voorzichtig te zijn bij het voorschrijven van risperidon in combinatie met geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen, zoals antiaritmica (bijv. kinidine, disopyramide, procaïnamide, propafenon, amiodaron, sotalol), tricyclische antidepressiva (bijv. amitriptyline), tetracyclische antidepressiva (bijv. maprotiline), bepaalde antihistaminica, andere antipsychotica, bepaalde antimalariamiddelen (bijv. kinine en mefloquine) en geneesmiddelen die de elektrolytenbalans verstoren (hypokaliëmie, hypomagnesiëmie), bradycardie veroorzaken of die welke het metabolisme van risperidon in de lever remmen. Deze lijst is indicatief en niet uitputtend. Centraal werkende geneesmiddelen en alcohol Gezien het verhoogde risico op sedatie dient risperidon voorzichtig te worden gebruikt in combinatie met andere centraal werkzame geneesmiddelen, waaronder met name alcohol, opiaten, antihistaminica en benzodiazepinen. Levodopa en dopamine-agonisten Risperidon Sandoz kan het effect van levodopa en andere dopamine-agonisten verzwakken. Als deze combinatie noodzakelijk wordt geacht, vooral in het eindstadium van de ziekte van Parkinson, dient de laagst werkzame dosis voor iedere behandeling te worden voorgeschreven.
Geneesmiddelen met hypotensieve werking Klinisch significante hypotensie werd tijdens de postmarketingfase waargenomen bij gelijktijdig gebruik van risperidon en behandeling met antihypertensiva. Paliperidon Gelijktijdig gebruik van oraal risperidon met paliperidon wordt niet aanbevolen, aangezien paliperidon de actieve metaboliet van risperidon is, en de combinatie van deze twee kan leiden tot extra blootstelling aan de actieve antipsychotische fractie. Psychostimulantia Het in combinatie gebruiken van psychostimulantia (bv. methylfenidaat) met risperidon kan leiden tot extrapiramidale symptomen wanneer een of beide behandelingen worden gewijzigd (zie rubriek 4.4). Farmacokinetiek-gerelateerde interacties Voedsel heeft geen invloed op de absorptie van risperidon. Risperidon wordt voornamelijk gemetaboliseerd via CYP2D6 en in mindere mate via CYP3A4. Zowel risperidon als de actieve metaboliet ervan, 9-hydroxyrisperidon, zijn substraten van P-glycoproteïne (P-gp). Stoffen die de activiteit van CYP2D6 veranderen of stoffen die de activiteit van CYP3A4 en/of P-gp sterk remmen of induceren, kunnen de farmacokinetiek van de actieve antipsychotische fractie van risperidon beïnvloeden. Sterke CYP2D6-remmers Gelijktijdige toediening van risperidon met een sterke CYP2D6-remmer kan de plasmaconcentraties van risperidon verhogen, maar de actieve antipsychotische fractie in mindere mate. Hogere doses van een sterke CYP2D6-remmer kunnen de concentraties van de actieve antipsychotische fractie van risperidon verhogen (bijv. paroxetine, zie hieronder). Er wordt verwacht dat andere CYP2D6- remmers, zoals kinidine, de plasmaconcentraties van risperidon op een gelijkaardige manier kunnen beïnvloeden. Als gelijktijdig toegediend paroxetine, kinidine of een andere sterke CYP2D6-remmer, in het bijzonder in hogere doseringen, wordt gestart of gestopt, dient de arts de dosering van Risperidon Sandoz opnieuw te evalueren. CYP3A4- en/of P-gp-remmers Gelijktijdige toediening van risperidon met een sterke CYP3A4- en/of P-gp-remmer kan de plasmaconcentraties van de actieve antipsychotische fractie van risperidon aanzienlijk verhogen. Als men begint of stopt met gelijktijdige toediening van itraconazol of een andere sterke CYP3A4- en/of P-gpremmer, dient de arts de dosering van Risperidon Sandoz opnieuw te evalueren. CYP3A4- en/of P-gp-inductoren Gelijktijdige toediening van risperidon met een sterke CYP3A4- en/of P-gp-inductor kan de plasmaconcentraties van de actieve antipsychotische fractie van risperidon verlagen. Als men begint of stopt met gelijktijdige toediening van carbamazepine of een andere sterke CYP3A4- en/of P-gp inductor, dient de arts de dosering van Risperidon Sandoz opnieuw te evalueren. CYP3A4-inductoren oefenen hun effect uit op een tijdsafhankelijke manier en het kan minstens 2 weken duren voordat ze hun maximale effect bereiken na de start van de toediening. Omgekeerd kan het bij stopzetting minstens 2 weken duren voordat de CYP3A4- inductie afneemt. Geneesmiddelen met een sterke eiwitbinding Wanneer risperidon gelijktijdig wordt gebruikt met geneesmiddelen met een sterke eiwitbinding, vindt er geen klinisch relevante verdringing van een van de geneesmiddelen van de plasma-eiwitten plaats. Bij gebruik van gelijktijdig toegediende medicatie dient de betreffende productinformatie te worden geraadpleegd voor informatie over de metabolisatieroute en de mogelijke noodzaak om de dosering aan te passen. Pediatrische patiënten Onderzoek naar interacties is alleen bij volwassenen uitgevoerd. De relevantie van de resultaten van deze studies bij pediatrische patiënten is onbekend. Het gecombineerd gebruik van psychostimulantia (bijv. methylfenidaat) met Risperidon Sandoz bij kinderen en adolescenten had geen invloed op de farmacokinetiek en werkzaamheid van Risperidon Sandoz. Voorbeelden Voorbeelden van geneesmiddelen die mogelijk interactie vertonen met risperidon, of waarvan is gebleken dat ze geen interactie vertonen met risperidon, staan hieronder vermeld: Effect van andere geneesmiddelen op de farmacokinetiek van risperidon Antibiotica: Erytromycine, een matige CYP3A4-remmer en P-gp-remmer, verandert de farmacokinetiek van risperidon en van de actieve antipsychotische fractie niet. Rifampicine, een sterkte CYP3A4-inductor en een P-gp-inductor, verlaagde de plasmaconcentraties van de actieve antipsychotische fractie. Anticholinesterases: Donepezil en galantamine, beide substraat van CYP2D6 en CYP3A4, vertonen geen klinisch relevant effect op de farmacokinetiek van risperidon en de actieve antipsychotische fractie. Antiepileptica: Voor carbamazepine, een sterke CYP3A4-inductor en een P-gp-inductor, werd aangetoond dat het de plasmaconcentraties van de actieve antipsychotische fractie van risperidon verlaagt. Vergelijkbare effecten kunnen worden gezien met bijv. fenytoïne en fenobarbital, die ook CYP3A4-leverenzymen en P-glycoproteïne induceren. Topiramaat verlaagde de biologische beschikbaarheid van risperidon matig, maar niet die van de actieve antipsychotische fractie. Daarom is deze interactie waarschijnlijk niet van klinisch belang. Antimycotica: Itraconazol, een sterke CYP3A4-remmer en een P-gp-remmer, verhoogde in een dosering van 200 mg/dag de plasmaconcentraties van de actieve antipsychotische fractie met ongeveer 70%, bij doseringen risperidon van 2 tot 8 mg/dag. Ketoconazol, een sterke CYP3A4-remmer en een P-gp-remmer, verhoogde in een dosering van 200 mg/dag de plasmaconcentraties van risperidon en verlaagde de plasmaconcentraties van 9-hydroxyrisperidon. Antipsychotica: Fenothiazines kunnen de plasmaconcentraties van risperidon verhogen, maar niet die van de actieve antipsychotische fractie. Antivirale middelen: Proteaseremmers: er zijn geen gegevens beschikbaar uit formele studies; echter, aangezien ritonavir een sterke CYP3A4-remmer is en een zwakke CYP2D6-remmer, verhogen ritonavir en met ritonavir gebooste proteaseremmers mogelijk de concentraties van de actieve antipsychotische fractie van risperidon. Bètablokkers: Sommige bètablokkers kunnen de plasmaconcentraties van risperidon verhogen, maar niet die van de actieve antipsychotische fractie. Calciumkanaalblokkers: Verapamil, een matige CYP3A4-remmer en een P-gp-remmer, verhoogt de plasmaconcentratie van risperidon en van de actieve antipsychotische fractie. Gastro-intestinale geneesmiddelen: H2-receptorantagonisten: cimetidine en ranitidine, beide zwakke CYP2D6- en CYP3A4- remmers, verhoogden de biologische beschikbaarheid van risperidon, maar die van de actieve antipsychotische fractie slechts minimaal. SSRI's en tricyclische antidepressiva: Fluoxetine, een sterke CYP2D6-remmer, verhoogt de plasmaconcentratie van risperidon, maar die van de actieve antipsychotische fractie in mindere mate. Paroxetine, een sterke CYP2D6-remmer, verhoogt de plasmaconcentraties van risperidon, maar, in doseringen tot 20 mg/dag, die van de actieve antipsychotische fractie in mindere mate. Hogere doseringen van paroxetine kunnen de concentraties van de actieve antipsychotische fractie van risperidon echter verhogen. Tricyclische antidepressiva kunnen de plasmaconcentraties van risperidon verhogen, maar die van de actieve antipsychotische fractie niet. Amitriptyline heeft geen invloed op de farmacokinetiek van risperidon of van de actieve antipsychotische fractie. Sertraline, een zwakke CYP2D6-remmer, en fluvoxamine, een zwakke CYP3A4-remmer, gaan in doseringen tot 100 mg/dag niet gepaard met klinisch significante veranderingen in de concentraties van de actieve antipsychotische fractie van risperidon. Sertraline of fluvoxamine in doseringen hoger dan 100 mg/dag kunnen echter de concentraties van de actieve antipsychotische fractie van risperidon verhogen. Effect van risperidon op de farmacokinetiek van andere geneesmiddelen Anti-epileptica: Risperidon vertoont geen klinisch relevant effect op de farmacokinetiek van valproaat of topiramaat. Antipsychotica: Aripiprazol, een CYP2D6- en CYP3A4-substraat: risperidon tabletten of injecties hadden geen invloed op de farmacokinetiek van het totaal van aripiprazol en de actieve metaboliet ervan, dehydro-aripiprazol. Digitalis-glycosiden: Risperidon vertoont geen klinisch relevant effect op de farmacokinetiek van digoxine. Lithium: Risperidon vertoont geen klinisch relevant effect op de farmacokinetiek van lithium. Gelijktijdig gebruik van risperidon en furosemide Zie rubriek 4.4 betreffende de verhoogde mortaliteit bij oudere patiënten met dementie die gelijktijdig furosemide krijgen.
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
Vertel het uw arts onmiddellijk als u het volgende opmerkt:
Vorming van bloedstolsels (bloedklonters) in de aderen, vooral in de benen (symptomen zijn onder andere zwelling, pijn en roodheid van het been), die via de bloedvaten in de longen terecht kunnen komen, wat pijn op de borst en ademhalingsmoeilijkheden veroorzaakt. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u een of meer van deze symptomen opmerkt.
U heeft dementie en merkt dat uw geestelijke toestand plotseling verandert of dat u plotseling last krijgt van zwakte of een verdoofd gevoel van uw gezicht, armen of benen, in het bijzonder aan één kant, of als u onduidelijk gaat praten, zelfs al is het heel kort. Dit kunnen tekenen van een beroerte zijn.
U krijgt last van koorts, stijve spieren, zweten of een verminderd bewustzijn (een stoornis die 'maligne neurolepticasyndroom' wordt genoemd). Het kan zijn dat u onmiddellijk moet worden behandeld door een arts.
U bent een man en heeft een langdurige of pijnlijke erectie. Dit heet priapisme. Het kan zijn dat u onmiddellijk moet worden behandeld door een arts.
U krijgt last van onwillekeurige ritmische bewegingen van de tong, de mond en het gezicht. Het kan zijn dat u moet stoppen met risperidon.
U krijgt last van een ernstige allergische reactie, die u herkent aan koorts, zwelling van de mond, het gezicht, de lip(pen) of de tong, benauwdheid, jeuk, huiduitslag of daling van de bloeddruk.
De volgende bijwerkingen kunnen optreden:
Zeer vaak (kan meer dan 1 op de 10 personen treffen):
Moeilijk in slaap vallen of doorslapen
Parkinsonisme: Deze aandoening kan omvatten: langzame of verslechterde beweging, gevoel van stijve of gespannen spieren (waardoor uw bewegingen schokkerig worden) en soms zelfs een gevoel dat een beweging even 'bevriest' en dan opnieuw begint. Andere tekenen van parkinsonisme zijn langzaam, schuifelend lopen, trillen als u verder niet beweegt, versterkte speekselvloed en/of kwijlen en verlies van gelaatsuitdrukking
Gevoel van slaperigheid of verminderde waakzaamheid
Hoofdpijn
Vaak (kan tot 1 op de 10 personen treffen):
Longontsteking, infectie van de borst (bronchitis), symptomen van gewone verkoudheid, infectie van de neus- en bijholtes, urineweginfectie, oorinfectie, grieperig gevoel
Verhoogde hoeveelheid van een hormoon met de naam prolactine, zoals aangetoond in een bloedonderzoek (dit kan al of niet symptomen veroorzaken). Symptomen van een hoog prolactinegehalte komen soms voor en bij mannen kan dit gaan om: zwelling van de borsten, moeilijk een erectie kunnen krijgen of houden, verminderd seksueel verlangen of andere seksuele stoornissen. Bij vrouwen kan het gaan om: vervelend gevoel in de borsten, lekken van melk uit de borsten, overgeslagen menstruaties of andere problemen met uw cyclus of vruchtbaarheidsproblemen
Gewichtstoename, verhoogde eetlust, verminderde eetlust
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.
Als u niet zeker bent of het bovenvermelde punt op u van toepassing is, raadpleeg dan uw arts of apotheker voor u Risperidon Sandoz gebruikt.
Bij oudere patiënten met dementie is er een hoger risico op een beroerte. U mag Risperidon Sandoz niet innemen als u een dementie hebt die werd veroorzaakt door een beroerte.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Er zijn geen adequate gegevens over het gebruik van risperidon bij zwangere vrouwen. Risperidon was niet teratogeen in dierstudies, maar er werden andere types van reproductietoxiciteit gezien (zie rubriek 5.3). Het potentiële risico voor de mens is niet bekend. Pasgeborenen die werden blootgesteld aan antipsychotica (waaronder risperidon) tijdens het derde trimester van de zwangerschap, lopen een risico op bijwerkingen waaronder extrapiramidale en/of ontwenningssymptomen, waarvan de ernst en de duur na de bevalling kunnen variëren. Er zijn gevallen gerapporteerd van agitatie, hypertonie, hypotonie, tremor, somnolentie, respiratoire distress en voedingsproblemen. Pasgeborenen moeten dan ook zorgvuldig worden gemonitord. Risperidon mag tijdens de zwangerschap alleen worden gebruikt als het strikt noodzakelijk is. Als stopzetting tijdens de zwangerschap noodzakelijk is, mag dat niet ineens gebeuren. Borstvoeding Uit experimenteel onderzoek bij dieren is gebleken dat risperidon en 9-hydroxyrisperidon in de melk worden uitgescheiden. Het is aangetoond dat risperidon en 9-hydroxyrisperidon ook in kleine hoeveelheden worden uitgescheiden in humane moedermelk. Er zijn geen gegevens over bijwerkingen op zuigelingen die borstvoeding krijgen. Daarom moet het voordeel van borstvoeding worden afgewogen tegen het potentiële risico voor het kind. Vruchtbaarheid Zoals andere geneesmiddelen die de D2-dopaminereceptoren antagoneren, verhoogt risperidon de prolactinespiegel. Hyperprolactinemie kan het hypothalamische GnRH onderdrukken, wat resulteert in een geringere secretie van gonadotrofines door de hypofyse. Dat kan dan weer de reproductiefunctie remmen door de steroïdogenese in de gonaden bij vrouwelijke en mannelijke patiënten te verstoren. Er zijn geen relevante effecten waargenomen in de niet-klinische studies.
Schizofrenie
Acute agressie bij dementie
Gedragsstoornissen (5 - 18 j)
Manische episode (bipolaire stoornis)
Toedieningswijze
| CNK | 2463701 |
|---|---|
| Organisaties | Sandoz |
| Merken | Sandoz |
| Breedte | 48 mm |
| Lengte | 99 mm |
| Diepte | 22 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 20 |
| Actieve ingrediënten | risperidon |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |